Today2
All11348

Currently are 11 guests and no members online


VCNT - Visitorcounter

Voegwerkherstel

De wijze waarop voegwerk is afgewerkt is afhankelijk van de tijd waarin het gebouw tot stand kwam. Voegwerk maakt daarom onlosmakelijk onderdeel uit van de esthetische en historische kwaliteit van de gevel. Bij de oudste stenen gebouwen was vaak sprake van doorgestreken werk, waarbij de metselmortel werd afgestreken. Later is het navoegen in zwang gekomen, waarbij na het metselen pas een voegafwerking werd aangebracht. Ook dan was sprake van een kalkmortel. Bij voegwerkherstel worden niet zelden de voegruimten uitgehakt of uitgeslepen, waardoor het aanzien van de gevel verandert (de voegen worden breder). Ook het werken met (traditionele) kalkvoegen beheersen nog maar weinig bedrijven. Bijna altijd neemt men zijn toevlucht tot cement als bindmiddel, waaraan soms wat kalk voor de vorm is toegevoegd. De historische kennis van voegwerk missen de meeste moderne voegbedrijven eveneens, waardoor de voegvorm na hervoegwerk niet meer bij de architectuur van het pand past. Het meest dramatische is dat bij zogenaamde gesneden voegen of knipvoegen, die soms zelfs voor het gevelvlak uitsteken - een gril van enkele laat-negentiende-eeuwse architecten, die nu vaak voor traditioneel wordt versleten maar dat geenszins is. Gevels worden met dergelijke voegen een parodie van zichzelf en een gruwel in de ogen van de kenners van historisch werk. Voegwerk wordt vaker onnodig dan nodig vervangen. Een gevel van één of anderhalve steen dikte is niet waterdicht - en dat is hij ook nooit geweest. Daarom werd een gevel vaak voorzien van een binnenafwerking, bijvoorbeeld behang op jute op een rachelwerk. Proberen een dergelijke gevel met een voeg waterdicht te krijgen is onzin. Een voeg is, welbeschouwd, niet meer dan een laagje zeer slecht beton van ongeveer een centimeter dikte (goed beton is minstens 20 cm dik om waterdicht te zijn). Een voeg kan dus nooit een gevel waterdicht maken. Men moet dit probleem oplossen in de binnenafwerking van de gevel en niet (per definitie tevergeefs) met het voegwerk. Voegwerk uit de Wederopbouwperiode en de tijd daarna is vaak van inferieure kwaliteit. De te verwachten levensduur is 25 tot 50 jaar. Dat dit voegwerk vervangen wordt is vaak te billijken. Ouder voegwerk gaat meestal veel langer mee, enkele eeuwen op zijn minst. Het is niet waterdicht (maar dat is geen enkel voegwerk). Vaak wordt tegenwoordig echter oud voegwerk (dat nog eeuwen meekan) vervangen door modern voegwerk (dat eerder aan zijn einde komt dan het voegwerk dat het vervangt). Ook hiervoor geldt dat men zich, bijvoorbeeld door een restauratie-architect, goed moet laten voorlichten. Voor voegwerkherstel dat meer omvat dan het plaatselijk herstel van enkele voegen (normaal onderhoud) is bij beschermde monumenten (Nederland) een monumentenvergunning vereist.

buy text links