Today2
All11348

Currently are 10 guests and no members online


VCNT - Visitorcounter

Hydrofoberen

Ondeskundig hydrofoberen kan leiden tot vorstschade, zoutschade, zoutuitbloei en algengroei.

Bij hydrofoberen wordt, na het reinigen van de gevel, een waterwerende laag op de gevel aangebracht. Deze producten verdelen zich over het oppervlak en dringen ook enigszins in tot 6 a 8 mm. Het hydrofobeermiddel op het oppervlak wordt meestal vrij snel (enkele maanden tot hoogstens enkele jaren) afgebroken door Ultraviolet licht. Het waterwerende effect zit dan in de poriën onder het oppervlak. van Hydrofobeermiddelen bekleden de wanden van de poriën in de steen met een dun waterafstotend laagje. Ze belemmeren daarom het waterdamptransport door de gevel maar weinig (men zegt dan dat ze 'ademend' zijn). Transport van vloeibaar water is door zo behandelde poriën echter nauwelijks mogelijk. Daardoor dringt er bij een regenbui aanzienlijk minder water de gevel binnen. Wel gaat water bij regen eerder afstromen, waardoor bij kleine scheurtjes en naden (bijvoorbeeld tussen de voeg en de steen) juist meer vocht kan binnendringen. Om dit te voorkomen moeten de voegen in goede staat zijn en indien niet in goede staat deskundig vernieuwd worden. Men noemt dit het lekke-regenjas-effect: bij naden dringt veel water binnen en drogen is nauwelijks mogelijk omdat de eerste droging gebeurt door transport van vloeibaar water naar het oppervlak - en dat is door de hydrofobering niet meer mogelijk. Meest dramatisch is dit effect bij molens, waar door de mechanische belasting van het molenwerk altijd kleine scheurtjes ontstaan. Bij vrijwel alle gehydrofobeerde molens is daardoor sprake van ernstige tot desastreuze vochtschade aan de binnenzijde, inclusief weggerotte balkkoppen en onbeteugelbare zoutschade. Bij een woonhuis is de situatie minder ernstig, maar de kans op vochtschade binnen is er eveneens groot. Bovendien vindt met name in de winter vochttransport van binnen naar buiten plaats. Een goed hydrofobeermiddel zal door de dampdoorlatendheid geen belemmering zijn voor het vochttransport daar dit altijd uit waterdamp bestaat. Ten slotte is er in veel delen van Nederland en België sprake van een hoge grondwaterstand die tot het metselwerk van gevels reikt. Dat vocht zal altijd enigszins optrekken en in de onderzone van de gevel door verdamping verdwijnen. Dat kan leiden tot hoger optrekken van vocht en aantasting van balklagen van de begane-grondvloer. Voor het uitvoeren van een hydrofoberende behandeling moet daarom altijd eerst natuurwetenschappelijk onderzoek naar mogelijk optrekkend vocht worden uitgevoerd. Een goede methode om optrekkend vocht te voorkomen is het verkiezelen van de muur waardoor een waterdicht scherm ontstaat. Door verkiezeling voorkom je ernstige schade. Erger is het wanneer ook sprake is van de aanwezigheid van bouwschadelijke zouten. Deze kunnen niet alleen afkomstig zijn van vroegere overstromingen, maar ook uit de bodem afkomstig of in de bouwmaterialen aanwezig zijn of zijn toegevoegd bij een behandeling. Daarom moet nooit een hydrofobering worden uitgevoerd zonder een gedegen onderzoek naar de aanwezigheid van dergelijke zouten. Ook al heeft er nooit een overstroming plaatsgevonden, dan kunnen bouwschadelijke zouten nog steeds aanwezig zijn en na hydrofobering de gevel ernstig bedreigen. Bouwschadelijke zouten kunnen opgelost tot achter de gehydrofobeerde zone komen. Het water komt als gevolg van de hydrofobering alleen in dampvorm verder, waarbij de zouten achterblijven. Een veel voorkomende schade is daarom het afbreken van schollen van enkele millimeters dikte (de gehydrofobeerde laag) waarachter vaak een met witte waas (zout) bedekte steen zichtbaar is. Ook natuurwetenschappelijk onderzoek naar de aanwezigheid van zouten is daarom altijd nodig alvorens men tot hydrofoberen besluit. Een laatste probleem is een mogelijke lekkage of ander gebrek waardoor (ooit) water in de gevel terecht kan komen. Bij een ongehydrofobeerde gevel kan snelle droging door vloeibaar waterstransport plaatsvinden. Bij een gehydrofobeerde gevel kan dit niet meer, waardoor een gevel bij dat gebrek langdurig nat blijft. Dan is er kans op vorstschade en op zouttransport en zoutschade. Hydrofoberen is een irreversibele handeling. Eenmaal toegepast kan men die behandeling niet meer ongedaan maken. Moderne hydrofobeermiddelen zijn erg duurzaam. Toch zal ook daarbij op den duur het effect verminderen en dat gebeurt niet egaal. Zo wordt een lekke regenjas gecreëerd. Men moet dan kiezen om opnieuw te hydrofoberen (en zo de lekken te dichten) of de schade van die lekke regenjas te accepteren tot het product zo ver is vergaan dat het geen schade meer veroorzaakt. Als het enigszins mogelijk is kiest men daarom beter niet voor het hydrofoberen. Bij beschermde monumenten geldt dat (in Nederland) voor hydrofoberen een monumentenvergunning is vereist. Doorgaans wordt zo'n vergunning alleen versterkt als met natuurwetenschappelijk onderzoek de noodzaak van hydrofoberen is aangetoond en de risico's aanvaardbaar klein blijken te zijn. Een gespecialiseerd bedrijf zal er altijd zorg voor dragen dat het hydrofoberen deskundig en vakbekwaam wordt uitgevoerd waardoor schade niet zal optreden.

buy text links